ChristenUnie Overijssel stelt schriftelijke vragen over stikstofrapport Remkes

Natuur2.jpgmaandag 30 september 2019

De fractie van de ChristenUnie in Overijssel stelt schriftelijke vragen over het Stikstofrapport van de commissie Remkes. De ChristenUnie vindt het belangrijk dat natuurherstel en stikstofreductie voorop staan, zoals in het rapport ook aangegeven wordt. We moeten niet op zoek naar een nieuwe “juridische list” maar nu de oorzaak van de problemen aan gaan pakken. De ChristenUnie wil weten of het College van Gedeputeerde Staten dit uitgangspunt deelt.

Vorige week verscheen het advies van de Commissie Remkes over de stikstofproblematiek in Nederland. Door afschaffing van de PAS is de vergunningverlening voor allerlei activiteiten vrijwel stil komen te liggen. Het advies kent een grote rol toe aan provincies in de aanpak van de problematiek.

De ChristenUnie deelt de visie van het rapport dat er sterk ingezet moet worden op natuurherstel en stikstofreductie, en wil weten of het College van Gedeputeerde Staten hier ook zo in staat.

Verder vraagt de ChristenUnie hoe de vervolgstappen vormgegeven worden en of het College bereid is hiervoor zo nodig extra financiële middelen vrij te maken. De provincie kan op korte termijn al het een en ander doen, bijvoorbeeld het versneld uitvoeren van natuurherstelmaatregelen. Maar ook voor de langere termijn is er een goed plan nodig.

De commissie Remkes adviseert ook om de maximumsnelheid op Rijks- en provinciale wegen te verlagen. De fractie wil graag weten welke provinciale wegen er vlakbij natuurgebieden liggen en of het de moeite loont om de snelheid op deze wegen te verlagen.

De gestelde vragen zijn

Op 25 september 2019 is het eerste advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek verschenen. In dit rapport worden adviezen gegeven aan diverse overheden, waaronder de provincies.  Graag zou de fractie van de ChristenUnie de volgende vragen daarover beantwoord zien.

1. Het Adviescollege wil niet op zoek naar een nieuwe “juridische list”, maar zet in op stikstofreductie en natuurherstelmaatregelen. Deelt u deze visie?

2. Het Adviescollege schrijft dat de verantwoordelijkheid voor een gebiedsspecifieke aanpak bij de provincies ligt, waarbij de aanpak gericht moet zijn op snelle en effectieve vermindering van emissies in en nabij kwetsbare Natura 2000-gebieden.  Het Adviescollege schrijft ook dat de provincies werk moeten maken van versnelling van de uitvoering van natuurherstelmaatregelen. En dat de provincies de regie moeten nemen voor een gebiedsgerichte aanpak (per Natura 2000-gebied). Bovenstaande zaken zullen veel inzet vragen en daarmee ook extra kosten met zich meebrengen.
Dit levert de volgende vragen op:
a. Is deze inzet (in menskracht) beschikbaar?
b. Verwacht u extra financiële middelen nodig te hebben voor de versnelling van de uitvoering van natuurherstelmaatregelen? Zo ja, bent u bereid extra middelen hiervoor op te nemen in de begroting?
c. Hoe denkt u te komen tot versnelling van de trajecten voor natuurherstelmaatregelen?

3.  Stikstofreductie ten behoeve van Natura 2000-gebieden kan volgens het Adviescollege (deels) bereikt worden middels verlagen van de maximumsnelheid op (provinciale) wegen in de buurt van natuurgebieden.
Kunt u in kaart brengen op welke provinciale wegen verlaging van de maximumsnelheid tot een significante verbetering van de stikstofproblematiek in bepaalde Natura 2000-gebieden kan leiden?

4. Het Adviescollege adviseert m.b.t. een aantal andere zaken dat de verschillende overheden in gezamenlijkheid tot een aanpak moeten komen. Hoe gaat deze samenwerking vormkrijgen? En wanneer kunnen wij van GS een samenhangend plan verwachten over hoe om te gaat met de stikstofproblematiek?

5. Overijssel heeft van de Nederlandse provincies de meeste Natura 2000-gebieden. Dit zou tot gevolg moeten hebben dat juist Overijssel sterk vertegenwoordigd moet zijn in de bestuurlijke en ambtelijke gremia die zich met de stikstofproblematiek bezighouden. Deelt u deze visie? En zo ja, hoe gaat u hier invulling aan geven?

« Terug