ChristenUnie wil meer weten van ‘Reest-overschrijdende samenwerking’

reestdalwoensdag 02 mei 2018

De ChristenUnie Overijssel wil van het college van Gedeputeerde Staten weten of zij de berichtgeving over de gebrekkige grensoverschrijdende samenwerking tussen Overijssel en Drenthe rond de Reest kunnen plaatsen. Uit recente berichten in de regionale pers en berichten aan de gemeente De Wolden valt te signaleren dat de ‘Reest-overschrijdende samenwerking’ beter kan en niet al te krampachtig moet worden opgepakt. De Reest is in de geschiedenis een barrière tussen Drenthe en Overijssel, maar met een flinke sprong zou dit toch moeten kunnen worden opgelost, zo vindt de fractievoorzitter Jan Westert van de ChristenUnie in de Overijsselse Staten.

De ChristenUnie Overijssel heeft daarom een aantal schriftelijke vragen aan het College van GS gesteld om meer inzicht in de ‘Reest-overschrijdende’ toeristische samenwerking te krijgen. Het doel van de vragen is er aan bij te dragen, dat het toerisme in het Reestdal die aandacht krijgt die het verdient, vanuit het provinciaal beleid. “Het gaat hier om een tamelijk uniek gebied, dat qua bekendheid best een impuls kan krijgen en daarmee ook een stimulans kan zijn voor de recreatiesector in Overijssel”, zo vindt Westert namens deChristenUnie. De provinciale fractie heeft daarover de volgende vragen gesteld:

  1. Is het college van GS op de hoogte de signalen over de gebrekkige samenwerking over het grensoverschrijdend toerisme in het Reestdal, Zie o.a. berichtgeving in de Hoogeveense Courant, gedestilleerd uit een brief van inwoners aan de gemeente De Wolden?
  2. Kan het college van GS aangeven in welke mate de provincie Overijssel samen op trekt met de provincie Drenthe en de gemeenten rond de Reest om het Reestdal als aantrekkelijk toeristisch gebied beter te promoten?
  3. Wordt er door de provincie Overijssel überhaupt geïnvesteerd vanuit recreatie en toerisme in het Reestdal? Zo ja, kunt ons een schets daarvan geven? Zo nee, welke kansen laten we liggen?
  4. Klopt het geschetste beeld, dat samenwerking over de provinciegrens heen op het terrein van recreatie te wensen over laat? Of beschouwen de provincies dat vooral als een samenwerking tussen grensgemeenten?
  5. Op welke wijze is de Vereniging Toeristisch Reestland een gesprekspartner voor de provincie, waar het gaat om het versterken promotie van dit gebied? Zo wordt in het bericht gewezen op het verschil in bewegwijzering, de uitgifte van wandel- en fietskaarten en evenementen.
  6. Kan het college aangeven op welke wijze ‘Reest-overschrijdende toeristische samenwerking’ met Drenthe de komende tijd de komende periode samenhangend vorm kan krijgen?

« Terug