Groei zonneparken in Overijssel roept vragen op over ruimtelijke ontwikkeling en infrastructuur.

zonneparkmaandag 23 april 2018

De ChristenUnie Overijssel wil weten wat de gevolgen zijn van de aanleg van zonneparken op agrarische grond. De statenleden Sybren Stelpstra en Arjan Hof hebben daarover vragen gesteld aan het College van GS. De ChristenUnie ziet graag dat Gedeputeerde Staten afspraken maakt met gemeenten over de uitrol van zonneparken. Zij bepleiten daarbij een ladder voor duurzame energie, zoals die er ook is voor duurzame verstedelijking. Bovendien moeten er maatregelen worden genomen om een onevenwichtige druk op het elektriciteitsnet te voorkomen. Stelpstra vraagt tenslotte om een schets, waarin de energievraag en de opwekkingscapaciteit beter zichtbaar wordt, zodat er gericht beleid kan worden gemaakt.

De bewustwording voor alternatieve vormen van energie neemt toe. Dat komt onder andere doordat in de nabije toekomst de “Groningse gaskraan” verder dicht wordt gedraaid. De energietransitie zal daardoor een grote impuls krijgen. De ChristenUnie vraagt zich af wat dit betekent voor de ruimtelijke inrichting en of er kaders moeten komen voor de ontwikkeling van zonneparken.

Landbouwgrond
Als gevolg van een groei van zonneparken stijgen de grondprijzen en neemt de beschikbaarheid van schaarse landbouwgrond af waardoor er een beperking van uitbreidingsmogelijkheden voor met name jonge boeren ontstaat. Maar er zijn ook gevolgen voor biodiversiteit en behoud van weidevogels en inpassing in het landschap Op dit moment is er al sprake van dit soort initiatieven waaronder o.a.in de gemeente Dalfsen.

Druk op elektriciteitsnet
Ook blijkt in de praktijk dat zonneparken een onevenwichtige druk kunnen leggen op het elektriciteitsnet, iets waar onder andere Enexis al op heeft gewezen.  Sybren Stelpstra en Arjan Hof sluiten met hun vragen aan bij de Kamervragen die Carla Dik-Faber van de ChristenUnie onlangs ingediend heeft. In zijn beantwoording wijst de minister van  Economische Zaken en Klimaat voor een overgroot deel naar de verantwoordelijkheid van provincies en gemeenten.

De ChristenUnie Overijssel staat achter de opgave tot energietransitie. Maar Stelpstra en Hof hebben ook vragen. De beide statenleden willen van Gedeputeerde Staten (GS) weten in welke mate het bij GS bekend is dat er een toenemende vraag van (buitenlandse) investeerders is op grond, met name gras- en akkerland, voor opwekking van zonne-energie, of welke verwachtingen zij hebben van de omvang daarvan die er gaat komen? Ook wil de ChristenUnie weten of GS van plan is om met gemeenten afspraken te maken over de exploitatie van zonneparken waarbij een evenwicht blijft bestaan in grondprijzen, beschikbaarheid voor (jonge en nieuwe) boeren, biodiversiteit en behoud van weidevolgels? "Bent u bereid daar nader onderzoek naar te doen en lopende dat traject met gemeenten af te spreken behoedzaam om te gaan met de ontwikkeling van zonneparken op landbouwgronden? Welke mogelijkheden hebt u daartoe zelf?" aldus Stelpstra en Hof.

Duurzame solar-ladder
De ChristenUnie wil verder weten of GS met gemeenten afspraken wil maken om een beleid te vormen waarin er een actief stimuleringsbeleid komt voor het opwekken van zonne-energie vooreerst op daken (met name ook van bedrijven en kantoren), onproductieve gronden (niet landbouwgronden) en meervoudig te gebruiken oppervlakten? Daarbij gebruik makend van de ladder voor duurzame verstedelijking, dan wel om een solar-ladder te ontwikkelen?
In welke mate stimuleert GS daarvoor het gebruik van vastgoed (gronden, wegen met taluds en bermen en gebouwen) van provincie en gemeenten als voorbeeldfunctie en wil  GS daar in samenwerking een plan van aanpak voor opstellen, waarin concrete acties worden gesteld?

Blauwdrukschets
Tot slot van de schriftelijke vragen stellen de Statenleden de vraag of GS in de beleidsvorming de netwerkbeheerders mee nemen omdat, gezien de infrastructurele problemen en oplossingen, zij een belangrijk onderdeel vormen voor de ruimtelijke ordening van energieopwekking. De ChristenUnie vraagt zich daarbij af of het daarbij mogelijk is om op korte termijn een blauwdrukschets te ontwikkelen waarin de energievraag en opwekkingscapaciteit beter zichtbaar gaat worden? Met dit laatste wordt vooral beoogd dat er gericht beleid komt ten aanzien van de vraag- en opwekgebieden, hun nabijheid, de daarvoor geplande infrastructuur en mogelijkheden en nuttig gebruik van ruimtelijke ordening voor opwekking.

« Terug