Energie Noordoost Twente boekt goede voortgang maar ziet ook nog wel “uitdagingen”.

_DSC3997.JPGwoensdag 12 februari 2020

De Statenfractie van de ChristenUnie Overijssel op werkbezoek bij Energie Noordoost Twente in Losser. Een inspirerende bijeenkomst waarin veel informatie werd opgehaald maar ook ruimte was om samen te zoeken naar waar we elkaar kunnen versterken.

Twente staat, net als andere regio’s in Nederland, voor de forse uitdaging van de energietransitie. In de gemeenten Dinkelland, Tubbergen, Losser en Oldenzaal hebben ze deze gezamenlijk opgepakt. Deze samenwerking werpt zijn vruchten af. Inwoners zijn goed bewust van de noodzaak en daardoor worden plaatselijke initiatieven breed en deugdelijk ondersteund.

De gemeenten hebben de samenwerking gezocht om elkaar te versterken, van elkaar te leren en ook gemeente-overstijgend naar oplossingen te zoeken. Zij hebben gezamenlijk beleidskaders opgesteld, er zijn bewonersacties om huizen te verduurzamen, er is een lokaal energiefonds ingericht en er zijn tal van bijeenkomsten voor inwoners en bedrijven georganiseerd. Daarnaast worden jongeren via scholen betrokken bij de energietransitie en duurzaamheid. Kinderen mogen in de lessen zelf plannen bedenken en leren ook  verantwoordelijkheid te nemen voor het budget.

Door een proactieve instelling hebben de gemeenten veel aandacht besteed aan bewustwording en zijn tal van instrumenten ontwikkeld om energiebesparingen voor hun inwoners te realiseren. Dat kan met behulp van o.a. energiecoaches, vouchers, warmtemetingen en leningen (voor mkb). Voor de opwekking is er nadere studie naar zonnevelden en windmolens. Kleine bio (mest)centrales kunnen voorzien in gas voor warmte, zeker wanneer het leidingnet geoptimaliseerd wordt.

Uitdagingen zijn er ook. In hoeverre zijn zaken dwingend op te leggen of moet alleen op de vraag van bewoners worden gewacht. Verder zullen financieringsmodellen uitgedacht moeten worden om het voor bewoners betaalbaar te houden. Veel aandacht zal er ook nog besteed moeten worden aan de ouderen die het niet meer de moeite waard vinden hun woning te verduurzamen. En er moet aandacht zijn voor starters op de woningmarkt. Voor beiden geldt dat er onzekerheden zijn over de houdbaarheid van het blijven wonen en de kosten van verduurzaming.

Positief is dat men in deze regio zoekt naar de kracht van de samenwerking. Overheden, bewoners en bedrijven hebben elkaar nodig in deze transitie. Ze kunnen elkaar versterken. Energie NOT kiest voor de stapsgewijze aanpak. Daarmee blijft het overzichtelijk en realistisch. Hun streven is dan ook de 20% duurzame energie in 2023 te bereiken. Dat biedt ook mogelijkheden om naar verdere innovaties nadien te kijken. Oplossingen van vandaag kunnen een tussenfase en brug vormen naar totaal andere energieoplossingen die pas over tientallen jaren beschikbaar zullen zijn.

Overstappen op schone, duurzame energie is voor de ChristenUnie een belangrijk speerpunt. Maar dit moet samengaan met energiebesparing. Energie NOT geeft daar een goede invulling aan en mag als voorbeeld gelden voor andere gemeenten.

De ChristenUnie heeft als visie dat na de prioriteit op besparing, waar mogelijk de energie zo dicht mogelijk bij de gebruikers opgewekt wordt, individueel dan wel collectief. Daar waar dat voor de enkeling lastig te realiseren is, kunnen coöperaties gevormd worden waarin de lusten en lasten lokaal gedeeld kunnen worden. Overheden kunnen dergelijke coöperaties ondersteunen en verder helpen met businesscases, coaches en coördinatoren.

« Terug