ChristenUnie wil meer weten over de Chinezen van Van Hijum

chinawoensdag 03 oktober 2018

Gedeputeerde Van Hijum kwam enigszins aangedaan terug van een handelsmissie uit China. Overijssel wil China als handelspartner en heeft belang bij handel met China, maar de chinezen blijken uit te zijn op onze kennis en technologie, waardoor we onze concurrentiepositie verliezen. De gedeputeerde vindt dat we minder naïef moeten zijn. Fractievoorzitter Jan Westert wil opheldering over het statement en de betekenis er van in de praktijk Van Hijum.

Westert: “De Chinezen liggen de gedeputeerde kennelijk zwaar op de maag. Hij wil het investeren aan de orde stellen op een aandeelhoudersvergadering van de Overijsselse investeringsmaatschappij Oost NL. Maar de gedeputeerde doet zijn uitlatingen publiek. Kennelijk zijn er redenen om stevig van zich af te bijten en de naïviteit van ons af te schudden af te schudden. Dan is het goed om de harde feiten te kennen die het onbestemde gevoel van de gedeputeerde hebben veroorzaakt.” De fractie van de ChristenUnie wil graag weten hoeveel Chinese investeerders geïnvesteerd hebben in hoogwaardige technologische en kennisintensieve Overijsselse bedrijven. Zijn er concrete voorbeelden?  Wat voor bedrijven en om welke technologie gaat het? Aan wat voor kennis moeten wij denken?

Is er reden om op basis van het ‘onbestemde gevoel’ andersom te gaan met de handelsmissies of ze misschien zelfs helemaal te beëindigen? “De ChristenUnie is daar geen voorstander van, maar ik wil wel weten of GS reden ziet om terughoudend te zijn”, aldus Jan Westert. Zijn er overigens maatregelen te bedenken, die kunnen voorkomen dat investeerders worden tegengehouden en er geen kennis of technologie wegvloeit naar andere landen. De wereldeconomie  is globaal  geworden. We hebben zelf ook kennis elders vandaan nodig. Daarom is de ChristenUnie geïnteresseerd in de ideeën van Van Hijum over de maatregelen, waarop hij zinspeelt als hij zegt dat het niet te tolereren is als een land wordt gedwongen kennis en technologie af te staan.”

« Terug