Vertrouwen vanuit ‘gezonde naïviteit’

westert-jan-0010webvrijdag 09 november 2018 12:19

Deze week was het weer raak! Gedeputeerde Van Hijum zou de Provinciale Staten niet goed en niet tijdig hebben geïnformeerd over de ‘petten van Braaksma’ bij de behandeling van het investeringsvoorstel over Lithium Werks. Braaksma verschillende functies. Hij is lid van de Twente Board en lid van de Raad van Commissarissen van de Overijsselse Investeringsmaatschappij Oost NL. En hij is ook commissaris bij een bedrijf waar ook Lithium Werks deel van uit maakt. Bij Oost NL is een stevige gedragscode over belangenverstrengeling van kracht. Eem commissaris doet niet mee, als de schijn van belangenverstrengeling aan de orde kan zijn. Die gedragscode is netjes toegepast. De functies van Braaksma zijn openbaar en dus toetsbaar. Er zijn geen feiten waargenomen, waaruit blijkt dat er iets mis is.

Desondanks verwijt de PVV de gedeputeerde Van Hijum dat hij lichtvoetig heeft gehandeld. De informatieplicht zou zijn geschonden. In de politiek  is dat een ‘doodzonde’.  En kennelijk is het hebben van verschillende functie als voldoende om iemand in een kwaad daglicht te stellen. Niet de feiten, maar de suggestie is al genoeg.

In een brief aan de staten had gedeputeerde Van Hijum inmiddels al correct de gang van zaken uiteengezet.  Ik heb weinig met zo’n debat.  Als ChristenUnie-politicus hecht ik aan transparantie en betrouwbaar bestuur. Daar wil ik een gedeputeerde op kunnen aanspreken. Maar mijn basis is vertrouwen in het bestuur. Op zijn tijd is een ‘gezonde naïviteit’ nodig. ‘Gezonde naïviteit’ als je werkt vanuit het vertrouwen, dat een bestuurder integer wil besturen. Vertrouwen dat iemand met verschillende petten, de regels die dan gelden voor integriteit in acht neemt en zo het Overijsels en Twents belang wil dienen.

Met de kennis vooraf over de ‘petten van Braaksma’ hadden wij geen ander besluit genomen. Er lag immers geen feit op tafel om te veronderstellen, dat er niet integer zou zijn gehandeld. Door schijn van belangenverstrengeling te suggereren, is er een schaduw over dit investeringsbesluit gelegd en is de integriteit van bestuurders te gemakkelijk in twijfel getrokken.

Misschien moeten politici zelf ook eens in de spiegel kijken en de zichzelf de vraag stellen: ‘Wat draag ik bij aan het bevorderen van de integriteit en betrouwbaarheid van het openbaar bestuur?’ De provinciale politiek had bij Lithium Werks zelfs maar een beperkte rol. Geven wij de gedeputeerde de ruimte om de spelregels van het Overijssels Innovatiefonds wat te verruimen, zodat deze investering binnen de regels van dat fonds zou passen. Daarover lag een correct en goed voorstel ter tafel. De ChristenUnie heeft daar ruimhartig mee ingestemd: goed voor werkgelegenheid, goed voor Twente en goed voor de transitie naar de opslag van duurzame energie.

De ‘petten van Braaksma’ werden door de PVV ingebracht met de suggestie, dat er  grote nalatigheid van de gedeputeerde viel te noteren en dat door Braaksma onoirbaars zou zijn gedaan zonder dat er een feit op tafel kon worden gelegd. Oost NL heeft netjes uiteengezet dat Braaksma zich van de besluitvorming heeft onthouden. Dat is niet veel anders als bij een statenlid, dat zich van stemming onthoud om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen.

Het debat ging uit als een nachtkaars, maar was niet goed voor het aanzien van de politiek. Dat is een aspect dat meer aandacht vraagt. Wordt het geen tijd dat politici zich beter realiseren dat het te gemakkelijk ter discussie stellen van de integriteit van het bestuur afbreuk doen aan het gezag van het openbaar bestuur. Suggereren dat het niet in orde moet stoelen op goede feiten. Als er feiten zijn is er alle reden verantwoording te vragen. Verantwoording vragen op basis van suggesties is een staaltje slechte politiek.

Soms is ook  ‘gezonde naïviteit’ nodig, omdat je er vanuit mag gaan dat benoemde bestuurders integer en betrouwbare het publieke belang willen dienen.  In het debat ging de PVV daar aan voorbij. De ‘suggestie’ is kennelijk voldoende is.  Het is een vorm van populisme, waar de ChristenUnie niet aan wil meedoen. Bestuur moet dienstbaar zijn aan de samenleving. De democratie is een groot goed, maar vraagt ook om zorgvuldig bewaakt en verdedigd te worden. Soms moet je gewoon zeggen: Ik heb vertrouwen in de aanpak van het college of van onze gedeputeerde.  Dat vertrouwen in het openbaar bestuur breek je ook zelf af door te suggereren, dat er bewust informatie wordt achtergehouden, of dat iemand uit is op een ander belang dan het eigen belang. Dat is het treurige gevoel dat ik overhield aan het debat. Als er al een ‘motie van treurnis’ moet volgen, zou die gericht moeten tegen  politici, die voortdurend het vertrouwen in hun eigen bestuur zonder goede gronden ter discussie stellen. 

« Terug

Reacties op 'Vertrouwen vanuit ‘gezonde naïviteit’'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.