Project keetkeur

Logo keetkeur.jpgdonderdag 06 juni 2019 17:14

Tijdens de raadsvergadering van 21 mei heeft gemeenteraad gesproken over het stopzetten van het project keetkeur. Een project gericht op het bezoeken van jongerenketen in onze gemeente. Jan Carlo Bos heeft de volgende bijdrage hierover gehouden met als titel: ‘We hebben allemaal een beetje gelijk!’.

Evaluatie keetkeur

 ‘We hebben allemaal een beetje gelijk!’. Deze zin kwam regelmatig terug toen ik mij voorbereide op dit agendapunt. Ik mag namens onze fractie het woord over dit onderwerp nu voeren. Ik heb mij dus in de achterliggende periode verder verdiept in dit onderwerp en daarbij niet alleen ingelezen, maar ook meerdere raadsvergaderingen teruggeluisterd. En telkens kwam de zin ‘We hebben allemaal een beetje gelijk’ terug. Ik zal een paar citaten van verschillende fracties in eerdere bijdragen benoemen:

  • Jongeren en hun ouders zijn eerst verantwoordelijk voor de keet. We moeten ervoor zorgen dat we niet óver de jongeren spreken, maar ook mét de jongeren’.  
  • De keten zijn een belangrijk onderdeel van de Staphorster samenleving. Hoe je ze bereikt dat is ondergeschikt, de keetkeur doet het op haar manier. Maar het is belangrijk om contact te houden.’
  • het gaat niet om de keten, maar om het bereiken van de jongeren. Keetkeur is niet een doel, maar een middel: hoe gaan we onze bereiken
  • Het is belangrijk om een positieve houding te hebben richting de keten. De aanpak, waarbij de gemeente op afstand staat, geeft een mogelijkheid tot vertrouwen.

Voorzitter, onze fractie vindt dat keten passen bij de traditie van het dorpsleven en platteland. Jongeren richten met hun vriendengroep een plek in die gezelligheid en een sociaal netwerk biedt. Het draagt op deze manier bij aan de leefbaarheid van het platteland voor jongeren. Tegelijkertijd vergt de veiligheid en gezondheid wel onze aandacht. Ik kom daar later nog even op terug.

We vinden het belangrijk om op een passende manier met onze jongeren over deze zaken, zoals veiligheid in een keet en gezondheid, in gesprek te treden. En wat ons betreft was het project Keetkeur daarvoor een mooi middel als onderdeel in de uitvoering van ons ketenbeleid.

Na de start in 2016 zijn in het eerste jaar 2017 hoopvolle resultaten geboekt. Onze fractie sprak toen weliswaar van een moeizame, maar mooie tussenstap. Er was vertrouwen voor het vervolg. En we lezen in de eindrapportage dat in 2018 niet alle gestelde doelen en resultaten gerealiseerd zijn, maar daarentegen zijn er ook mooie ongeschreven doelen en resultaten behaald.

Nu het project ten einde is moeten we de balans opmaken. Uw college stelt voor om niet verder te gaan met het project. En hoewel we, op basis van eerdere besprekingen, het verloop van het project en de voorliggende  eindevaluatie, het voorstel kunnen begrijpen, vinden we het als fractie het wel erg jammer dat dit project toch niet geworden is wat we hadden gehoopt en verwacht. 

Het is nu menseigen om te kijken naar ‘het waarom’. We lezen over een ‘voor wat hoort wat’-principe, waarbij keetjongeren terughoudend zijn als het gaat om contactleggen. Er lag een uitdaging om duurzame vertrouwensrelaties op te bouwen: ‘want dan worden we straks bekend en direct gesloten” of “ dan krijgen we dadelijk alleen maar van dat soort gezeur met instanties”. Het is belangrijk om daar kennis van te nemen, te analyseren en lering uit te trekken voor het vervolg.

Maar tegelijkertijd, en dat willen we juist ook benadrukken, zien we ook dat het glas ‘halfvol’ is. We lezen dat de uitvoerders en deelnemende partijen trots zijn wat zij bereikt hebben in de afgelopen jaren. Daar willen wij ook de waardering voor geven: er is veel inzet gepleegd. Alles wat het oplevert is dan winst. Een paar mooie voorbeelden:  

  • De contacten met keet(jongeren) en hun ouders zijn verbeterd.
  • Wij zijn blij dat er keten hun deur hebben opengesteld en gesprekken hebben gevoerd. We spreken onze waardering daarvoor ook uit.  
  • De inzet heeft geresulteerd dat op het gebied van veiligheid en gezondheid verbeterstappen zijn gezet.

Voorzitter, even terugkomend op de citaten van de verschillende fracties. Die heb ik bewust gekozen. Er zitten waarden in die we blijkbaar met elkaar belangrijk vinden.

De eerste waarde is het belang van ‘contact leggen’ met onze jongeren. Op een positieve manier ‘in verbinding’ staan mét onze jongeren. Weten wat er speelt en welke vragen er leven onder onze jongeren? We gaan ook graag de bereidheid aan om mét onze jongeren hierover door te spreken.

Een andere gemene deler betreft ‘verantwoordelijkheid’. Jongeren en hun ouders zijn zelf verantwoordelijk voor hun keet. Maar ook als lokale overheid hebben we een verantwoordelijkheid: een verantwoordelijkheid vanuit wet- en regelgeving, maar we hebben ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid als het gaat om de gezondheid van onze jongeren. 

Het benoemen van deze waarden vinden wij belangrijk voor het vervolg. Verbinding en verantwoordelijkheid. We moeten leren van de uitdagingen van dit project en de opbrengsten positief onderstrepen. Als het nu gaat om de verantwoordelijkheid rondom toezicht en handhaving of om jongeren en hun ouders te betrekken in de uitwerking van het nieuw op te stellen Lokaal Gezondheidsplan. Deze notitie zal over een aantal weken worden behandeld in onze raad. Welke stip heb je op de horizon en welke stappen ga je zetten om deze stip te behalen.

Voorzitter nog wel even een vraag:

  • Onze Jongerenraad is ook betrokken in de eindevaluatie. Fijn dat zij ook hun reactie hebben gegeven. De Jongerenraad adviseert in de toekomst dergelijke projecten los te koppelen van de gemeente. We zijn even benieuwd, hoe het college hierover staat. Kunt u dat aangeven?
  • U spreekt in het voorstel over toezicht en handhaving. Kunt u aangeven hoe we dat precies voor ons moeten zien?

Jan Carlo Bos

« Terug

Archief > 2019 > juni