Is armoede onontkoombaar?

M._Wagteveld_CU_7877-300_dpi[1].jpgwoensdag 24 april 2019 10:29

Raadspraat Martha Wagteveld-Osborn

Niemand kiest voor armoede. Toch is er verborgen armoede, zoals mensen die niet in beeld zijn bij de gemeente. Dat kunnen mensen zijn die wel werken, misschien zelfs in twee banen, maar toch niet genoeg hebben voor hun levensonderhoud.

Na een echtscheiding of overlijden van de partner is er een groot risico op inkomensdaling. Vrouwen hebben hier onevenredig vaak last van. Kinderen die in armoede opgroeien, moeten veel extraatjes missen die voor anderen normaal zijn: dagjes uit of verjaardagsfeestjes. Erger nog is het als er niet genoeg eten is, of tandpasta, wasmiddel, of luiers. We denken misschien dat dit in Nederland niet gebeurt: niets is minder waar.

Je kunt armoede op verschillende manieren meten, maar we weten dat er in Nederland zo’n 1 op de 9 kinderen in armoede opgroeit. Wat we weten uit onderzoek over de hele wereld, is dat armoede vaak van de ene generatie overgaat op de andere. Soms omdat gemiste kansen zich opstapelen, waardoor mensen hun verwachtingen bijstellen. Voor zichzelf, of voor hun kinderen. Dan krijgt het haast een voorspellende waarde. Dat moeten we niet willen. Dat motiveert mij om in de politiek bezig te zijn: het tij keren tegen armoede.

Armoede is onrecht

In 2019 zou mijn oma 100 jaar zijn geworden, even oud als het algemeen kiesrecht. Ze was een krachtige vrouw, die haar (klein)kinderen een sterk gevoel voor rechtvaardigheid meegaf. Op haar 46e werd ze onverwacht weduwe en klopte ze aan bij de Sociale Dienst. Geen pretje. Tot het laatste jaar van haar leven zei ze: “Ik vergeet nooit het gezicht van medewerkster die zei dat ik moest gaan werken, ook al had ik drie kleine kindjes thuis.” Zo’n diep spoor kan onplezierige bejegening achterlaten. Daar staan we niet altijd bij stil, als we er zelf geen ervaring mee hebben. Gelukkig is er een omslag gekomen, in veel gemeentes, waaronder Kampen. Er wordt gekeken naar de mens die iets komt vragen, in plaats van alleen naar de regels.

Meer aandacht voor armoede heeft vaak goede initiatieven tot gevolg. Denk aan weggeefwinkels, voedselbanken of stichtingen die kraampakketten en kinderfeestjes mogelijk maken. Overigens denk ik dat er voor een structurele aanpak óók andere dingen nodig zijn. Toen ik een jaar geleden begon als commissielid voor de ChristenUnie zei iemand tegen me: “Je kunt armoede niet uitbannen”. Zo’n opmerking maakt mij boos en strijdvaardig. “Dat zullen we nog wel eens zien”, denk ik dan. Met het rechtvaardigheidsgevoel van mijn oma in gedachten, denk ik dat we wel degelijk armoede kunnen stoppen.

Daarom ben ik zo enthousiast dat we daar in Kampen mee bezig zijn, onder meer door ons aan te sluiten bij de Alliantie Kinderarmoede. Ook is er op 17 mei een bijeenkomst van Kampen Armoedevrij, een samenwerking en uitwisseling tussen organisaties, inwoners en politiek. Armoede de wereld uit, om te beginnen bij Kampen? Nou, daar teken ik voor.

« Terug